Specialisten

Brecht Verhegge:

  • Herman De Dijn is een vlaams filosoof, professor ordinarius (full professor) in de geschiedenis van de wijsbegeerte aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven..

David Lambert:

  • Marianne Berger Zij is projectcoördinator van het Actieplan Professionalisering Jeugdzorg en programmaleider Kwaliteit beroepspraktijk bij het Nederlands Jeugdinstituut.
  • Niels Zwikker Hij werkt namens het Nederlands Jeugdinstituut mee aan het Actieplan Professionalisering Jeugdzorg en is deskundig op het gebied van na- en bijscholing en competentieprofielen.

Deborah Van Bellingen:

  • Marjan de Lange: Adviseur bij de afdeling Jeugdzorg & Opvoedhulp van het Nederlands Jeugdinstituut.
  • Coleta van Dam: Onderzoekster bij Praktikon.
  • Coen Dresen: Bestuurder bij Tender en portefeuillehouder effectiviteit & onderzoek van JeugdzorgPlus.
  • Esther Geurts: Adviseur bij de afdeling Jeugdzorg & Opvoedhulp van het Nederlands Jeugdinstituut.
  • Erik Knorth: Hoogleraar Orthopedagogiek, in het bijzonder de jeugdzorg, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Emelie Mulleman:

  • Karin Eijgenraam :

Senior medewerker bij Nederlands Jeugdinstituut
Gedragsdeskundige bij Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland
Gedragsdeskundige bij Stichting Jeugdhulp West- Brabant.

  • Rien van IJzendoorn :

Is hoogleraar gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden. Hij werkt daar aan hechtingstheorie en opvoeding. In 2004 ontving hij voor zijn werk de Spinozapremie.

  • Ester Geurts :

Inhoudelijk medewerker bij Nederlands Jeugdinstituut
Gezinsdag behandeling bij STEK Jeugdzorg Oplossingsgericht werken cognitieve gedragstherapie.

Fien Pottie:

  • Maria Aerts: Ontwikkelde Marte Meo (op eigen kracht), een methode rond videohometraining. Ze werkte in een instelling met autistische kinderen, een aantal ervaringen waren voor haar een aanzet om op zoek te gaan naar een manier om concrete en interessante informatie te kunnen geven aan gezinnen die zich situeren in deze problematiek. Hierdoor kwam ze op het idee om ter werken via videohometraining.
  • Saskia van Rees: Psycholoog en psychotherapeute. Ze is docente in Basis Watsu en maakt deel uit van het Watsu Team Nederland. Hierdoor werkt ze vooral met mensen met een meervoudig beperking. Ze houdt zich bezig met Healing Dance Practitioner. Watsu is een ontspanningsmethodiek in warm water (vanaf 33°C) waarbij je wordt bewogen, gedragen, gemasseerd, gerekt, gestrekt,… Tijdens een sessie kan je een gevoel van gewichtloosheid ervaren, dat aanvoelt alsof je zweeft of vliegt. Ze heeft ook verscheidende boeken geschreven: ‘Werken en spelen met kleuters in de kinderopvang’, ‘Begrafenis van de mannen’, ‘Geboorte’,…

Ian Lein:

  • Grietens Hans: 'Prof. dr. H.W.E. Grietens is sinds 1 september 2010 bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen benoemd tot hoogleraar Orthopedagogiek, met in het bijzonder aandacht voor de onderkenning en interventie bij kinderen met ernstige gedrags- en opvoedingsproblemen. Daarmee beschikt Orthopedagogiek over een tweede hoogleraar op het terrein van de jeugdzorg, naast de leerstoel van prof. dr. Erik Knorth.'
  • Hellinckx Walter : Gezins- en Orthopedagogiek (OE)
  • Vanderfaeillie Johan : Licentiaat in de Pedagogische Wetenschappen, richting Orthopedagogiek, Vrije Universiteit Brussel (1989)Master in Educational Sciences, Vrije

Lisa Panckoucke:

  • Hipwell Alison

Hipwell A. werkt als assistent professor van psychiatrie en psychologie aan de universiteit van Pittsburgh.

  • Loeber Rolf

Loeber R., is een professor psychiatrie aan de universiteit van Queens. Hij houdt zich vooral bezig met de thema’s jeugddelinquentie, middelengebruik en psychische stoornissen.

  • Moffitt Terrie

Moffitt T., is een vrouw die vele bezighoudingen heeft. Ze is assistent directeur van het Dunedin longitudinaal onderzoek in Nieuw-Zeeland, ze is ook co-medewerker aan het risicomilieu longitudinaal onderzoek over tweelingen in Groot-Brittannië. Moffitt werkt in de Duke University in de Verenigde Staten, in het Institute of Psychiatry Kings College London in Groot-Brittannië en in de Dunedin School of Medicine in Nieuw-Zeeland.

  • Sukhodolsky Denis

Sukhodolsky D., is een assistent professor aan het Yale Child Study Center. Hij is ook lid van the Association for the Advance of Behavior Therapy.

Marieke Senesael:

  • Hortulanus Roelof

Hij is een hoogleraar sociale interventie. ‘Roelof Hortulanus (64) is directeur van het Landelijk Expertisecentrum Sociale Interventie (LESI), dat postdoctorale opleidingen aanbiedt en onderzoeksopdrachten uitvoert. Sinds 2007 is hij een dag in de week bijzonder hoogleraar ‘Sociale interventie en lokaal sociaal beleid’, aan de Universiteit voor Humanistiek.
In zijn oratie ‘Ambivalenties in het sociale domein’ pleit Hortulanus voor een veel flexibeler model voor opdrachtgeverschap, professionele autonomie en resultaatmeting in welzijn.’

  • Grietens

'Prof. dr. H.W.E. Grietens is sinds 1 september 2010 bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen benoemd tot hoogleraar Orthopedagogiek, met in het bijzonder aandacht voor de onderkenning en interventie bij kinderen met ernstige gedrags- en opvoedingsproblemen. Daarmee beschikt Orthopedagogiek over een tweede hoogleraar op het terrein van de jeugdzorg, naast de leerstoel van prof. dr. Erik Knorth.'

  • Geeraerts

'Hij is docent aan het hoger instituut voor gezinswetenschappen.'

  • Van Yperen

'Prof.dr. Tom van Yperen is bijzonder hoogleraar Monitoring en innovatie zorg voor de jeugd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van Yperen is orthopedagoog en als expert verbonden aan het Nederlands Jeugdinstituut. Hij werd opgeleid tot leerkracht in het basisonderwijs om vervolgens onderzoeker/docent te worden aan de universiteiten van Leiden en Utrecht. In 1995 maakte hij de overstap naar het toenmalige Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn, waaruit het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) is voortgekomen. Van 2002 tot 2012 was hij vanwege het NJi eerder bijzonder hoogleraar effectieve jeugdzorg in Utrecht.
De leerstoel ‘Monitoring en innovatie zorg voor jeugd’ is door het Nederlands Jeugdinstituut ingesteld bij de Rijksuniversiteit Groningen binnen het domein van de Orthopedagogiek aan de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Het is een belangrijk doel van de leeropdracht om via onderzoek, onderwijs en samenwerking met het veld bij te dragen aan het realiseren van de benodigde meet- en verbeterbeweging.
Op 10 oktober 2013 spreekt Tom van Yperen in Groningen op het jubileumcongres "Samenwerken in de zorg, een kwestie van doen!" van hulpverleningsinstelling Molendrift.'

Paulien Pottie:

  • Inge Bastiaanssen: Onderzoeker bij Praktikon. Zij is in 1995 afgestudeerd als maatschappelijk werkster, en in 1998 afgestudeerd aan de Universiteit Nijmegen als gezinspedagoog. Inge heeft praktijkervaring als gezinshulpverlener in de jeugdzorg. Sinds 2005 werkt ze bij Praktikon, waar zij onderzoek doet naar de effectiviteit van STOP4-7 (interventie voor kleuters met gedragsproblemen) en kwaliteitstoetsing Families First en Ambulante Spoedhulp. Binnenkort verschijnt haar proefschrift over pedagogisch handelen van groepsleiders in de residentiële jeugdzorg.
  • Jan Willem Veerman: Directeur van Praktikon en bijzonder hoogleraar Speciale kinder- en jeugdzorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij vervult vanwege de jeugdzorgorganisatie Entréa de bijzondere leeropdracht Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij studeerde klinische psychologie aan de Vrije Universiteit en promoveerde aldaar in 1990 op follow-up onderzoek in de jeugdzorg. Hij houdt zich sindsdien bezig met evaluatie- en effectonderzoek in de praktijk van de jeugdzorg. Hij is tevens medeoprichter van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdzorg Nederland (SEJN) waarin onderzoeksorganisaties en praktijkinstellingen in de jeugdzorg samen meer zicht op effectiviteit proberen te krijgen.
  • Wim De Mey: De ontwikkelaar van STOP4-7, coördinator van STOP Vlaanderen en praktijklector aan de Universiteit Gent.
  • Gerald Patterson: Een Amerikaans onderzoeker, psycholoog en orthopedagoog. Hij heeft onderzoek gedaan naar gedragsproblemen bij kinderen en het opvoedingsgedrag van hun ouders.
  • Caroline Webster Stratton: is een schrijfster van boeken over het opvoeden van kinderen.

Universiteit Brussel (1989)Doctor in de Pedagogische Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel (2004)PhD in Eductional Sciences. Vrije Universiteit Brussel (2004)

Yasmine Vanderstraeten:

  • Annemiek Harder: Ze vermeld dat de relatie tussen kind en opvoeder zeer belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind. Soms kan deze relatie verstoord worden door gedragsproblemen, maar de opvoeder heeft genoeg interactievaardigheden om er voor te zorgen dat de relatie er niet onder lijdt.
  • Peer Van der Helm: Een open groepsklimaat zorgt dat het kind zich veilig voelt. Hij heeft nood aan persoonlijke aandacht en vertrouwen. Op die manier leert het kind structuur leren en word het verantwoordelijkheidsgevoel versterkt. Ook ontwikkeld het kind empathie tegenover anderen.
  • Carlo Schuengel: Hij vindt dat het bieden van een veilige basis aan het kind van groot belang. Door een vorm van een gehecht band te creëren is de kans groter dat pijn en gekwetstheden worden voorkomen.
  • Marianne Riksen-Walraven: Ze vindt dat een kind nood heeft aan steun. Daarom is het belangrijk om de signalen van het kind op te merken en hierop adequaat te reageren.
  • Marije Valenkamp: Zij spreekt vooral over agressie binnen een leefgroep. Men moet het kind vooral leren bewust worden van oorzaak en gevolg. De opvoeder moet beter anticiperen met het kind en specifieker kijken naar wat het kind individueel nodig heeft.

Julie Lapeirre

  • Gerris, J. R. M., & Janssens, J. M. A. M: Hij schrijf een boek voor autisme ( de oorzaken, gevolgen, … ) Hij bestudeerde ook nog andere gedragsproblemen van jongeren. In dit artikel komt hij dan ook goed aanpas ( het gaat over delinquente jongeren). Het is een psycholoog
  • Jolliffe Loeber & Stouthamer-Loeber: Ik veronderstel dat ze beiden veel zoekwerk hebben gedaan rond het gedrag van de ouders ( de opvoeding) en jongeren die delinquent worden. In de tekst vind ik een paar citaten van haar terug : ‘Een onveilige gehechtheid, hard en fysiek straffen en weinig toezicht of supervisie door ouders zijn gezinsfactoren die samenhangen met delinquent gedrag.’ ‘Het aantal keren dat vaders werden gearresteerd was de sterkste voorspeller van delinquent gedrag van zonen, vergeleken met het aantal arresten van andere gezinsleden.’
  • Moffitt, Caspi, Rutter en Silva: Ze schreven allemaal een boek : ‘Seks differences in antisocial behavior’. Ik kwam ze op het spoor tijdens mijn artikel. Ik heb ze dan verder opgezocht op het internet.**